
Vanuit een weinig aan kritiek onderworpen normsysteem worden wegen, straten en pleinen in (baan)vakjes opgedeeld, veelal te breed voor de auto's en te smal voor de andere weggebruikers.
Het feitelijke gebruik van de openbare ruimte (wandelen, zitten, fietsen, autorijden...) leidt tot een andere maatvoering die een meer kwalitatief vormgeven mogelijk maakt.
In dit vak komen alle vervoerswijzen aan bod. Het accent wordt echter gelegd op de ruimtelijke kwaliteit, uitgedrukt in een meerwaarde voor gebruik en beleving. Aan de hand van een aantal principes en benaderingen wordt nagedacht over inrichting en kwaliteit van het openbaar domein, over straten en pleinen en de open ruimte.
Dit onderdeel is toegespitst op de architecturale vormgeving van het Openbaar domein, met aandacht voor afwerking tot in het detail van vormgeving, materiaal, groen, meubilair, verlichting en constructies.




