
- De kenmerken van organisaties, hun bestaansreden, hun evolutie en het verschil tussen organisaties en instituties kennen.
- De inhoudelijke bijdragen van de verschillende scholen in de organisatieleer kennen.
- Verschillende organisatieconcepten kennen.
- De toepassing van organisatieconcepten in de eigen ondernemingsstructuur inzien.
- Organisatorische doeleinden kunnen formuleren.
- De doeltreffendheid (effectiviteit, efficiëntie) inzien en kunnen meten.
- Verschillende departementalisatiewijzen en de impact ervan op de marketingwerking kennen.
- De verschillende typologieën van organisaties en de relatie met de marketing met aandacht voor actuele tendensen kennen.
- De organisatorische veranderingsprocessen inzien.

In deze module wordt vertrokken van de basisorganisatiestructuren binnen een bedrijf. Daarna wordt nagegaan wat de relatie is tussen de interne organisatie, het verwezenlijken van de missie van een onderneming en wijzigende externe factoren.
Er wordt stilgestaan bij de bepalende factoren van een organisatiecultuur binnen een bedrijf en met welke moeilijkheden bedrijfsleiders geconfronteerd worden indien een wijziging zich opdringt.
Organisatiekunde: inhoud en benadering
- Organisatie en omgeving
- Vormen van organisatiestructuur: lijnorganisatie, lijn- en staforganisatie
- Lijn- en functionele organisatie, divisieorganisatie, matrix- of projectstructuur
- Het levenscyclusproces
- De inrichting: functies en relaties tussen functies
- Organisatiecultuur
- Maatschappelijk verantwoord ondernemen
- Leefbaarheid binnen een bepaalde organisatie + Benadering van de managementfunctie
- Het BLIM-model en de organisatietechnieken
- Toepassing BLIM-model bij wijziging organisatiestructuur
- Vergadertechnieken + notuleren

Handboek: : Jan Lubberding en Ben Lievers, ‘ De bestaansvoorwaarden’,
Extra's: actualiteit, uittreksels uit de pers...


