
De cursist kan:
- deelnemen aan een geanimeerd gesprek met moedertaalsprekers
- vlot, nauwkeurig en doelbewust spreken over diverse algemene, beroeps- of opleidingsaangelegenheden
- vlot en doelmatig sociaal taalgebruik hanteren, met inbegrip van het uiten van gevoelens, toespelingen en grapjes maken
- vaste uitdrukkingen en informeel taalgebruik begrijpen en veranderingen in spreekstijl en taalregister inschatten
- ideeën en opvattingen duidelijk en nauwkeurig op overtuigende wijze verwoorden en erop reageren
- een min of meer uitgebreide uiteenzetting volgen en geven
- mondeling technische informatie geven over bekende producten of diensten
- min of meer moeilijke teksten mondeling samenvatten
- de cursist kan vaste uitdrukkingen en informeel taalgebruik begrijpen en veranderingen in taalregister inschatten
- ideeën en opvattingen op overtuigende wijze verwoorden en erop reageren
- min of meer moeilijke teksten mondeling samenvatten
- Omgaan met conflicten

Thema 1: Probleme lösen
- herhaling Wortschatz en Redemittel i.v.m. telefoneren uit het eerste jaar
- uitbreiding Wortschatz en Redemittel: betalingsvoorwaarden, transportmogelijkheden, bedanken,...
- telefoneren en brieven ontleden i.v.m. laattijdige leveringen
- telefoneren en brieven ontleden i.v.m. fouten bij geleverde producten
- telefoneren en brieven ontleden i.v.m. slechte betalingen
NB: Grammatica wordt niet beschouwd als een doel op zich, maar als een middel om efficiënter te kunnen communiceren.



