
De cursist
- kent de specifieke terminologie
- kent de specifieke kenmerken van een relationele databank
- kan een tabel maken, opmaken en bewerken
- kan doelgericht gegevens weergeven
- kan query’s maken, opdrachten interpreteren en uitvoeren
- kan formulieren maken, opmaken en bewerken
- heeft inzicht in het concept relationele database
- kan schriftelijk rapporteren

Werken met gegevensbestanden en relationele databases, is essentieel in een secretariaat.
Begrippen zoals database, tabel, record, veld, relatie worden duidelijk. Verder worden volgende onderwerpen uitgewerkt:
- werken in tabellen: ontwerp, soorten velden, veldeigenschappen, primaire sleutel
- relaties: soorten, referentiële integriteit, wizard opzoeken
- query’s: aanmaken van selectiequery’s, parameters, actiequery’s
- formulieren (hoofd- en subformulier), rapporten en etiketten maken
- access integreren in andere programma’s



