
De cursist
- kent de basistoepassingen m.b.t. tekst en bestandsfuncties
- kan opmaak toepassen en lay-out en bladspiegel bepalen
- Kennis van de richtlijnen bepaald in BIN-normen
- kent de mogelijkheden van een vak, object, figuur en andere grafische elementen en voorstellingen
- kent de mogelijkheden van een tabel
- kent de mogelijkheden van een bestand
- kent de mogelijkheden i.v.m. correct taalgebruik, automatisering om het gebruikscomfort te verhogen
- kan verzendlijsten beheren en mailings verzorgen
- kent de mogelijkheden van formulieren
- kent de mogelijkheden van verwijzingen
- kan eenvoudige macro’s gebruiken

MS Word is in elk secretariaat aanwezig en en dus een algemeen verspreid werkinstrument. Volgende onderwerpen komen uitvoerig aan bod:
- werken met teksten: nieuwe documenten aanmaken, bestaande documenten wijzigen, werken met selecties en afdrukken
- opmaak van tekst zoals tekenopmaak, alineaopmaak en documentopmaak
- documenten controleren en bewerken: werken met kolommen, tabellen en samenvoegen
- inlassen van figuren en objecten.
- gebruik van opmaakprofielen en sjablonen
- afdruk samenvoegen (mailings en etiketten)
- de werkomgeving aanpassen (werkbalken, macro's, enz.)

- Handboek: titel, auteur, uitgeverij
- Eigen cursus: titel
- Extra’s: actualiteit, uittreksels uit de pers, filmmateriaal, audiomateriaal,…


