
De technieken gebruiken om bestanden en databanken te raadplegen, zoals die bij klassieke programmeertalen gehanteerd worden, maar ook met behulp van meer geavanceerde modellen.
Gevorderde algoritmen opbouwen en toepassen.
Meer geavanceerde mogelijkheden van de de ontwikkelingsomgeving gebruiken
Datastructuren en controlestructuren ontwerpen en tot een volwaardig programma en implementeren.

Terwijl we in programmeren 1 en programmeren 2 Java SE hebben behandeld, (desktop niveau) gaan we ons in programmeren 3 volledig concentreren op Java EE. De Java EE laat ons toe om multi-tier, server gebaseerde applicaties te ontwikkelen en te onderhouden.
De 4 grote technologieën die we in deze eenheid behandelen, zijn de web services, de web applicaties, de Enterprise applicatie en de security technologieën.
Volgende onderwerpen komen aan bod:
- EE applicatiemodel
- Levenscyclus van een webapplicatie
- Configuratie webapplicaties
- Levenscyclus van een servlet
- Delen van informatie via scope objecten
- Onderhoud van Client modules
- Aanmaken van statische en dynamische content met JSP
- Syntax JSP
- JavaBeans componenten
- Eigen beans ontwikkelen
- Hergebruik van content in JSP-pagina’s
- Gebruikers gedefinieerde tags ontwerpen
- EL gebruiken in JSP-pagina’s
- Toegang tot databases in webapplicaties
- Classes mappen aan databasestructuur met Hibernate
- Java EE security mechanismen
- Filters gebruiken in webapplicaties

- Handboek: titel, auteur, uitgeverij
- Eigen cursus: titel
- Extra’s: actualiteit, uittreksels uit de pers, filmmateriaal, audiomateriaal,…


