
- Kostensoorten, kostenplaatsen en –structuur kennen.
- De technieken kennen om kostprijzen te berekenen.
- De kosten kunnen analyseren en een kostprijs kunnen berekenen.
- Diverse methoden van analytische verwerking kennen.
- De analytische resultaatberekening kennen.
- Een kostprijsboekhouding kunnen voeren.
- Voorstellen voor regularisatie kunnen voorstellen.

De cursist(e) kan de analytische boekhouding situeren binnen “boekhouden”.
De cursist(e) begrijpt hoe een kostprijs tot stand komt en kan de berekening maken.
De cursist(e) leert het onderscheid en het belang van vaste en/of variabele kosten, directe en/of indirecte kosten.
De cursist(e) leert de verschillende methoden om zowel extra-comptabel als intra-comptabel de kostprijs te berekenen. Hij (zij) leert ook de boekhoudkundige registratie(s) van dat analytisch boekhouden.
In een inleiding situeren we de analytische boekhouding binnen een onderneming, om vervolgens in een uitgebreid eerste hoofdstuk stil te staan bij de elementaire basisbegrippen van kosten en kostprijs. Eénmaal dit achter de rug gaan we over tot de extra-comptabele berekening van de kostprijs.
In meerdere hoofdstukken (en delen ervan) worden verschillende methodes bestudeerd om de kostprijs van een afgewerkt product te bepalen. De voornaamste methodes zijn de direct costing, de standaard-kostprijsmethode, de activity based costing en de kostencentramethode.
In een apart hoofdstuk wordt aan de hand van een integratieoefening de autonome analytische boekhouding (kostprijsberekening én resultaatbepaling) van dichtbij bekeken. Voor dit hoofdstuk is een minimale kennis van het dubbel boekhouden vereist.
In een laatste hoofdstuk wordt stilgestaan bij enkele waarderingsproblemen bij massaproductie.
De leerstof wordt voldoende afgewisseld met een waaier aan oefeningen en/of opdrachten.
In de loop van het cursusjaar legt elke cursist(e) drie keer een proef af. Hierin moet hij/zij kunnen aantonen dat de tot dan behandelde leerstof begrepen werd.



